Communicatie en empatisch vermogen

Afgelopen week las ik op Facebook het artikel uit de Volkskrant met als titel: ‘Zestien jaar lang heb ik kankerpatiënten behandeld, nu ben ik er zelf een’. Een artikel uit de serie ‘Medische experts over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde.’

Bij het lezen van dit artikel kwamen allerlei situaties, die ik zelf in het contact met mijn arts en verpleegkundige ervaar/heb ervaren, weer naar boven. En kan ik me daar ook erg druk om maken.

De geïntervieuwde arts zegt onder andere: “Sinds ik ervaar wat wij patiënten allemaal laten doorstaan, ben ik veranderd. Nu pas besef ik dat artsen helemaal niet weten hoe patiënten zich voelen. We richten ons op de medische aspecten van kanker, alles draait om het bestrijden van de ziekte. “ en “Alles wat wij doen en zeggen heeft een niet te onderschatten impact op patiënten maar daar staan we niet genoeg bij stil. Omdat we de tijd er niet voor hebben, denk ik, en omdat we niet van al die patiënten de emoties kunnen toelaten.”

De tijd er niet voor hebben vind ik een slap excuus. Het gaat volgens mij om het bewustzijn. ‘Alles wat wij doen en zeggen heeft een niet te onderschatten impact op patiënten maar daar staan we niet genoeg bij stil.’ Het wordt tijd dat men daar wel bij stilstaat en het empatisch vermogen aanspreekt. Want het is belangrijk om te beseffen wat woorden voor invloed op de mens hebben. We zijn namelijk allemaal uniek en speciaal!!

 

 

Een tijdje terug ontving ik deze tekst en die laat zien wat een invloed woorden hebben.

•• Ongeneeslijk ziek? ••
Wanneer de dokter zegt dat een ziekte ongeneeslijk is dan roept hij een doodvonnis over zijn patiënt af.
Ik weet niet of een dokter zich bewust is wat hij doet. Hij zegt dat het niet meer mogelijk is om te genezen. Vaak ook nog hoe lang de patiënt te leven heeft.
De arts zal zeggen dat hij u geen valse hoop wil geven. Nee dat niet, maar wel hopeloosheid? Is dat laatste wel geoorloofd? Beseft een arts niet wat hij doet?
Dit is er volgens mij wat er gebeurt. De patiënt schrikt en beseft dat hij niet lang meer te leven heeft. Dit gegeven slaat hij op in zijn onderbewustzijn. Het onderbewustzijn kun je vergelijken met een computer. Deze schrijft de gegevens op en gaat een programma draaien die gericht is op sterven. Nu meteen, want het onderbewustzijn kent geen tijd. Het registreert slechts.
Alles in het lichaam wordt ingeseind met het idee dat het gaat sterven. Daarom hoor je ook van mensen die opgegeven zijn en onverwachts toch beter worden dat ze in eerste instantie helemaal niet zo blij zijn met dit bericht. Ze hadden zich op het sterven afgestemd en opeens blijft men leven. Menigeen wordt depressief en weet niet goed meer hoe nu verder.

Het zou veel humaner en eerlijker zijn wanneer diezelfde arts zou zeggen: ”Helaas mevrouw, wij hebben de remedie voor deze ziekte nog niet gevonden”. Daarmee laat hij alle mogelijkheden die liggen te wachten om ontdekt en toegepast te worden in zijn waarde en geeft de patiënt de mogelijkheid om zelf op onderzoek te gaan. Daarmee geeft hij de boodschap mee aan het onderbewustzijn van de patiënt dat er nog veel meer mogelijkheden zijn om te genezen. De wijze van genezen op zijn manier schiet helaas tekort.

Ons lichaam is zo intelligent, al onze cellen zijn intelligent en communiceren met elkaar en de overtuiging van het onderbewustzijn van de mens werkt er aan mee welke kant het op gaat. Iedere levensvorm is een geheel van samenwerkende cellen, waarbij deze een keus hebben uit twee spelsoorten: overleven of groeien. Dat doet een levensvorm door zijn omgeving waar te nemen.
Wanneer de omgeving als positief wordt waargenomen zal het kiezen voor het groeiproces, dat betekend dat alles in balans is. Iedere cel voert zijn eigen taak uit om zo bij te dragen aan een gezamenlijk doel, harmonie en groei van het geheel.

Maar wordt de omgeving als negatief of bedreigend ervaren dan zal het in de overleefmodus gaan. Ieder mens die deze boodschap te horen krijgt komt in een staat van stress terecht. Daarmee ontvangen de cellen boodschap dat er gevaar dreigt. Het hormoon adrenaline wordt gemaakt en de cel neemt dit waar. Alle activiteiten die niet van levensbelang zijn worden direct stopgezet. Onze intelligente lichaamscellen spelen op safe wanneer het overleefspel wordt gespeeld.
De cellen gaan samenwerken om te overleven en we kunnen kiezen voor vluchten of vechten of bevriezen. Alle energie wordt daarop gericht. Dus je begrijpt dat er voor de aanpak van de ziekte niet voldoende overblijft. Daarop voortbordurend gaat het er niet zo zeer om wat er in de omgeving gebeurt, maar meer hoe men op de omgeving reageert. Een ziekte ontstaat dus van binnenuit.
Van belang is dat wij mensen ons bewust zijn van onze verantwoordelijkheid en verplichtingen ten opzichte van onze lichaamscellen en ze bejegenen met het vereiste respect en de vereiste zorgzaamheid, ondersteuning en liefde.

Dorothea Gerardis-Emisch zegt hierover:
Het onderbewustzijn is als een computer. Het neemt gegevens op zonder enig gevoel erbij te hebben. Het registreert slechts. Alles wat wij op een dag beleven, bewust of onbewust, wordt opgeslagen. De bewuste geest kan maar een deel van alles opnemen en vasthouden. Dat is het werkgeheugen. Dus alles wat je vanuit je ooghoeken hoort ziet of voelt wordt ook geregistreerd door het onderbewustzijn. Het onderbewustzijn draait zijn programma af na gelang het iets als bedreigend of als veilig beschouwd. Daarom weten we vaak niet waarom we plotseling angstig zijn of andere emoties hebben.
Vandaar dat het zo belangrijk is wat je aanneemt van alles wat er tegen je gezegd wordt.
Het wordt tijd dat we opnieuw gaan onderzoeken wat waar is betreffende het helingsproces van het lichaam en in hoeverre we overtuigingen hebben overgenomen van de z.g. deskundigen. Door ons opnieuw met ons lichaam te verbinden en te communiceren met haar, kunnen we haar leren begrijpen en tot een gezonde samenwerking komen.
Dat betekent niet dat de reguliere gezondheidszorg niet deugd, maar ik ben er van overtuigd dat er veel meer manieren van genezen mogelijk zijn en dat er op dat gebied een gezonde samenwerking tot stand kan komen door elkaar te erkennen en te ondersteunen in het belang van de patiënt.

Auteur Riet Wentink

 

Het is zo belangrijk hoe de artsen/verpleegkundigen met de persoon in kwestie communiceren. Het gaat hier, volgens mij,  om het empatisch vermogen. Natuurlijk snap ik dat je als arts/verpleegkundige jezelf ook moet beschermen voor alle emoties die bij jezelf en de patiënt naar boven komen. Maar het gaat over de manier waarop we de dingen zeggen. En daar hebben we invloed op!

Een simpel voorbeeld uit eigen ervaring. In plaats van te antwoorden met “Dat gaat u toch niet halen” op mijn vraag over wat een normale hoogte van de tumormarker is, kan men ook zeggen: “We gaan er samen met u alles aan doen om de tumormarker zo laag mogelijk te krijgen.” of “We gaan er samen alles aan doen om zo dicht mogelijk in de buurt te komen van de normale hoogte.”
Het is dat ik een doorbijter ben en bij het antwoord iets had van ….. dat zullen we nog weleens zien. Een ander laat het hoofd erbij hangen, want de medeling is: …je gaat de normale hoogte van de tumormarker toch niet halen en dan ga je die zeker niet halen.

En zo zou ik nog meer voorbeelden kunnen noemen.

Ik hoop echt dat hiervoor in de opleidingen meer aandacht komt. De mens als een geheel te zien. Dat woorden, gedachten een hele grote invloed op de persoon hebben.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.